nationaal archief zoek in de database reageer colofon home
Profielwerkstuk
  Introductie   Oranjehotel   Gevangenen
Onderzoek doen Onderzoeksvragen Bronnen Afbeeldingen Jouw profielwerkstuk hier
 
Historisch onderzoek
Historisch onderzoek doen is spannend, vooral omdat je van tevoren nooit weet wat het resultaat zal zijn. Misschien is dit wel de eerste keer dat je zelfstandig historisch onderzoek gaat doen, en je wilt vast geen maanden doen over je profielwerkstuk. Daarom hebben we alvast wat werk voor je gedaan. De website is zodanig opgezet dat je altijd een onderzoeksresultaat krijgt, zolang je zoekt naar gegevens over de geselecteerde mensen in het hoofdstuk De gevangenen bij  Zelf onderzoek doen.
Onderzoek doen naar een andere bewoner van het Oranjehotel kun je zonder meer proberen en kan ook veel opleveren, maar er is geen garantie op resultaat. Overleg dus altijd met je docent over wat je precies gaat doen. De complete lijst van Oranjehotelgasten van wie een foto is opgenomen in de Doodenboeken vind je in het hoofdstuk De gevangenen bij Zoeken in database .

De waarheid?
Bij historisch onderzoek kun je soms verschillende, of zelfs tegenstrijdige gegevens vinden. Dat zal misschien ook het geval zijn met het Oranjehotel en zijn bewoners. Soms zijn er geen gegevens, soms zijn er gegevens die elkaar tegenspreken. Dat begint al met de persoonsgegevens in de Doodenboeken zelf. Die komen niet altijd overeen met de gegevens van bijvoorbeeld de Oorlogsgravenstichting of de Commissie Vermiste Personen. Probeer daarom altijd je onderzoeksresultaten te controleren en wees je ervan bewust dat een historische bron niet per definitie de waarheid spreekt.

Stappenplan Profielwerkstuk
Hoe je het onderzoek aanpakt en hoe je je profielwerkstuk uiteindelijk vormgeeft overleg je met je docent. Het onderstaande stappenplan kun je als leidraad gebruiken bij je onderzoek. Houd vanaf het begin van je onderzoek een logboek bij.

Oriënteren op de opdracht
1. Gaat het om een individueel onderzoek of werk je samen?
2. Welke eisen zijn er door je docent gesteld?
3. Wat weet je al van de Tweede Wereldoorlog en het verzet in Nederland? In welke tijd, plaats en historische context speelt het onderwerp?
4. Bekijk de onderdelen van deze website en bepaal naar welke verzetsstrijder(s) je onderzoek gaat doen. Het is het handigste om onderzoek te doen naar iemand uit je eigen woonplaats of een plaats dicht in de buurt.
5. Formuleer een voorlopige onderzoeksvraag (wat, wie, wanneer, waar, hoe, waarom). Wij hebben alvast wat mogelijke onderzoeksvragen  voor je op een rij gezet; misschien brengen die je op een goed idee.
6. Controleer de bruikbaarheid van je vraag. Bekijk de onderzoekstips bij de door jou gekozen verzetsstrijder. Is je vraag te beantwoorden met bronnenmateriaal bij jou in de buurt (archief, bibliotheek, internet)? Is de vraag niet te groot of te klein? Moet je de vraag aanpassen om hem te kunnen beantwoorden?

Onderzoeksvraag formuleren
Er zijn drie soorten onderzoekvragen. De beschrijvende vraag vraagt naar wie, wat, wanneer, waar en hoe. De verklarende vraag vraagt naar waarom, wat zijn de oorzaken, wat is de samenhang, hoe ontstond. De waarderende vraag vraagt naar wat is het belang, wat is de betekenis, voor welke interpretatie valt het meest te zeggen.
7. Formuleer de hoofdvraag. Die is vaak verklarend of waarderend. Soms werkt een hypothese beter: een stelling die je door onderzoek toetst.
8. Bedenk wat je allemaal moet weten om de hoofdvraag te beantwoorden.
9. Formuleer een aantal deelvragen die je helpen de hoofdvraag te beantwoorden. Deelvragen zijn vaak beschrijvend. Hanteer hierbij een logische volgorde.

Onderzoeksaanpak maken
10. Schrijf op wat je gaat onderzoeken.
11. Schrijf op waarom dit het onderzoeken waard is.
12. Schrijf op welke onderzoeksstrategie je gaat gebruiken.
13. Schrijf op welke soort informatie je gaat gebruiken. Voor specifiek onderzoek naar een bepaalde persoon kun je een uitdraai maken van de betreffende pagina in de rubriek Zelf onderzoek doen.
Voor algemene informatie zijn het artikel over verzet in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog in het hoofdstuk Introductie en het hoofdstuk Het Oranjehotel geschikt. Kijk ook bij de verwijzingen naar bronnen.
14. Schrijf op op welke manier je je onderzoek gaat presenteren en welke hulpmiddelen je daarbij nodig hebt.

Onderzoeksplan opstellen
15. Bij groepswerk verdeel je het werk op een eerlijke manier.
16. Maak afspraken over het uitwisselen van gegevens en de voortgang van het onderzoek.
17. Spreek af hoeveel uren je nodig hebt voor elke deelactiviteit.
18. Spreek af wanneer je de deelactiviteiten gaat uitvoeren.
19. Bespreek met je docent het plan van aanpak en de tijdsplanning.

Gegevens verzamelen
20. Kies een paar boeken, artikelen en websites waar je algemene informatie uit haalt.
21. Als je onderzoek doet naar een of meerdere verzetsstrijders: print de gegevens van deze personen en ga naar het archief en de bibliotheek om onderzoek te doen.
22. Noteer van elke bron de informatie die bruikbaar is om een deelvraag te beantwoorden. Laat onnodige informatie weg en probeer uitgebreide informatie samen te vatten. Later maak je er één verhaal van.
23. Zorg ervoor dat de verzamelde informatie per vraag gescheiden blijft.
24. Noteer van elk geraadpleegd boek of artikel de auteur, de titel, de naam van de uitgever, jaar en plaats van uitgave, en het paginanummer. Noteer van elke archiefbron de naam van de archiefdienst (bijvoorbeeld Gemeentearchief Amsterdam), de naam van het archief (bijvoorbeeld Archief van de Straatnamencommissie), het nummer van de toegang en het inventarisnummer, evntueel het paginanummer. Noteer van elke website die je gebruikt de URL van de homepage, de naam van de pagina en het tijdstip.

Informatie verwerken
25. Wees kritisch bij het gebruiken van je bronnen.
26. Is het materiaal bruikbaar voor het beantwoorden van je deelvragen en je hoofdvraag?
27. Is het materiaal betrouwbaar? Gaat het om informatie uit de eerste of de tweede hand? Had de maker er een bepaalde bedoeling mee?
28. Leid conclusies af uit de verzamelde gegevens en bepaal je eigen standpunt, dat je op grond van de gevonden argumenten kunt verdedigen.
29. Beantwoord de deelvragen.

Onderzoeksvraag beantwoorden
30. Gebruik de antwoorden die je op de deelvragen hebt gegeven voor het formuleren van een algemene conclusie als antwoord op de hoofdvraag.
31. Beargumenteer je conlusies op de hoofdvraag met argumenten en bewijzen. Bij de onderbouwing van je antwoord moet je je baseren op de antwoorden op de deelvragen. Er mogen geen nieuwe gegevens meer worden gebruikt.

Onderzoeksresultaten presenteren
32. Bespreek met je docent welke presentatievorm je kiest.
33. Zorg dat het eindproduct er verzorgd uitziet, dat de verstrekte informatie duidelijk en overzichtelijk is.

Onderzoek evalueren
34. Zijn je onderzoeksvragen (deelvragen en hoofdvraag) voldoende beantwoord? Op welke punten schiet het onderzoek tekort?
35. Verliep het onderzoeksproces zoals je had verwacht? Waarom waren er afwijkingen?
36. Wat zou je een volgende keer anders doen?
37. Geef aan waarom je tevreden of ontevreden bent met het onderzoeksresultaat.

Logboek
38. Schrijf in je logboek de volgende zaken op: de uitgevoerde activiteiten, de werkwijze tijdens het onderzoek, de problemen die je tegenkwam, de oplossingen die je daarvoor vond, de tijd die je besteed hebt aan het onderzoek, de beoordeling van het resultaat, en een korte evaluatie van je project.



naar boven