nationaal archief zoek in de database reageer colofon home
Oranjehotel
  Introductie   Gevangenen   Profielwerkstuk
Het gebouw Hotel Gevangen in het Oranjehotel Graffiti in de cel Weg uit het Oranjehotel
 
Weg uit het Oranjehotel
In het Oranjehotel hebben 26.000 à 30.000 mensen gevangen gezeten. De meeste van hen zijn vrijgelaten, sommigen na enkele dagen, sommigen pas na maanden, met of zonder veroordeling op zak. Andere gevangenen werden schuldig bevonden en voor hun verzetsactiviteiten gestraft. Ze zaten hun straf uit in het Oranjehotel, werden op transport gesteld naar een concentratiekamp, of werden in Scheveningen ter dood gebracht. Ongeveer 860 gevangenen hebben de oorlog niet overleefd.

De dodencel
In totaal zijn 650 gevangenen uit het Oranjehotel ter dood veroordeeld. Van hen zijn er 215 op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd. Dit duinengebied naast de strafgevangenis was voor de Duitsers een geschikte plaats om mensen te executeren en te begraven.
Een gevangene die ter dood veroordeeld was, ging naar een dodencel. Daar moest hij wachten tot het vonnis werd voltrokken. De periode tussen veroordeling en executie lag niet vast. Soms was het een dag, soms een paar weken. Als iemand eenmaal was veroordeeld was gratie de enige manier om de doodstraf te ontlopen.
Om te voorkomen dat de Todeskandidaten zelfmoord pleegden, moesten ze hun schoenveters en stropdassen inleveren. Ze hadden vaak wat meer privileges dan de andere gevangenen: ze kregen extra sigaretten en voedsel en mochten afscheidsbrieven schrijven. Ook bezoek van gevangenisdominee Bos was toegestaan.



  Celdeur van dodencel 601

Celdeur van dodencel 601
  Interieur van dodencel 601

Interieur van dodencel 601
  Een Todeskandidat

Een Todeskandidat
       


Een laatste groet
Gevangenisportier Van der Kolk had de gewoonte om in de houding te springen en te salueren wanneer de ter dood veroordeelden langs zijn poort kwamen. De Duitse gevangenisdirectie vond dat bijzonder irritant, te meer daar Van der Kolk nooit voor de Duitsers salueerde. Hij was diep onder de indruk van de moed van de ter dood veroordeelden. Hij vertelde na de bevrijding over zijn ervaringen:
"Om 7 uur 's ochtends werd de ter dood veroordeelden (…) de fusillering aangezegd. Zij kregen dan bezoek van een dominee (…). Eerst verscheen een Wehrmachtauto met een kist van begrafenisonderneming Innemee en een houten kruis, waaraan de te fusilleren gevangenen op het terrein zouden worden vastgebonden. Uit de gevangenis werden schoppen en touw op de auto geladen. Dan reed men weg. (…) Het executiepeloton kwam van elders. Die bewakers kwamen later altijd dronken, met alleen de schoenen der gefusilleerden, terug. (…)
Zonder enige ontroering, als flinke mannen, kwamen de ter dood veroordeelden geboeid uit de gevangenis, wuifden met de hand (…) en riepen: 'Bonjour', één riep zelfs lachend: 'Tot ziens'."

Op transport
Honderden Oranjehotelgasten zijn veroordeeld en op transport gezet. Veel van hen gingen naar een gevangen- of concentratiekamp in Nederland of Duitsland om hun straf uit te zitten. Daar waren de omstandigheden vaak zo beroerd dat ze hun leven niet zeker waren. Velen stierven door ontberingen, honger en ziekte, of werden alsnog gefusilleerd. Andere gevangenen werden linea recta naar een vernietigingskamp in Duitsland of Polen gedeporteerd en kwamen om in de gaskamers.
Er waren gevangenen die op transport waren gesteld die de oorlog overleefden. Ze hadden een sterk gestel en een flinke portie geluk. Een van hen was Henk Heidebrink, ambtenaar op het bevolkingsregister in Amsterdam.


naar boven