![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|
![]() |
|
||||
![]() |
|
|
|
|
|
![]() |
|
Voor 1940
De strafgevangenis van Scheveningen werd tussen 1883 en 1886 gebouwd aan de Pompstationweg. Er was ruimte voor ruim tweehonderd gedetineerden. Naast het hoofdgebouw werd in 1911 een bijzondere strafgevangenis voor mannen gebouwd. Tijdens de Eerste Wereldoorlog ontstond in Nederland een tekort aan cellen. Er waren in die tijd namelijk veel smokkelaars actief, en ook dienstweigeraars en deserteurs moesten worden opgesloten. In Scheveningen besloot men noodgebouwen neer te zetten op het terrein van de strafgevangenis. In 1918 werden een kleine cellenbarak en een militaire gevangenis gebouwd. In 1919 werd tevens een grote cellenbarak gebouwd. Die was bestemd voor gedetineerden met een korte straf. De 501 cellen waren klein en tamelijk oncomfortabel: er was bijvoorbeeld geen wc in de cel, zodat de gevangenen hun behoefte moesten doen in zogeheten privaattonnen.
Op 10 mei 1940, de dag van de Duitse inval in Nederland, werd de grote cellenbarak ontruimd en onder Nederlands militair gezag geplaatst. De burgergevangenen bracht men elders onder en in hun plaats kwamen er NSB'ers, in Nederland wonende Rijksduitsers en Duitse krijgsgevangenen te zitten. Na de capitulatie van Nederland op 14 mei werden deze gevangenen vrijgelaten. Nu de Duitsers de dienst uitmaakten in Nederland, kwamen vanzelfsprekend ook alle gevangenissen onder Duits gezag. De Scheveningse strafgevangenis viel organisatorisch in drie delen uiteen. Voor gewone misdadigers was er de Deutsche Untersuchungs- und Strafgefängnis; daaraan verbonden was de Polizeigefängnis, bedoeld voor politieke tegenstanders van het Nazi-regime; en er was een Kriegswehrmachtgefängnis voor militairen. Wegens ruimtegebrek in het hoofdgebouw sloot men de politieke gevangenen vanaf november 1941 op in de grote cellenbarak. Maar ook die raakte snel vol en in de zomer van 1941 werd een nieuwe cellenbarak ontworpen. Deze heette de tweede of Duitse barak. Met 224 cellen was hij wel een stuk kleiner dan de grote cellenbarak uit 1919, maar uiterlijk verschilden de twee barakken niet veel van elkaar. Vanwege een tekort aan bouwmateriaal werd de bouw van de Duitse barak pas in maart 1944 voltooid. Omdat de barakken bijna louter politieke tegenstanders van het Nazi-regime herbergden, gingen ze in de volksmond al gauw Het Oranjehotel heten. De bevrijding De gevangenen werden vanaf 8 mei 1945 uit de cellenbarakken bevrijd. De Scheveningse strafgevangenis kwam onmiddellijk onder Nederlands militair gezag. Nederland was weer vrij en de gevangenis kreeg prompt een andere functie: nu werden er Nederlanders en Duitsers opgesloten die van oorlogsmisdrijven en oorlogsmisdaden werden verdacht. De cellenbarak De cellenbarak was opgetrokken uit rode baksteen, met houten daken, kozijnen en deuren. Elke deur had twee extra grendels omdat de constructie ervan nogal licht was. De vloer bestond uit betontegels van 30 bij 30 centimeter. De cellenbarak was een min of meer rechthoekig gebouw van 65 bij 103 meter, dat bestond uit één bouwlaag. Het gebouw had geen eigen keuken of kapel. Men maakte gebruik van de keuken in de bijzondere strafgevangenis voor mannen en in de kapel in de strafgevangenis was ook plaats voor de gevangenen uit de grote cellenbarak. In het voorste deel van de cellenbarak lagen aan een brede hoofdgang de dienstvertrekken. Die boden ruimte aan de directeur, de adjunct-directeur, de bewaarders en de gevangenisarts. Er waren ook een wachtruimte, een spreekkamer, een ziekenboeg, een badruimte, toiletten en een verwarmingsruimte met voorraadhok. Haaks op de hoofdgang waren zeven lange gangen met aan weerszijden de cellen. Twee gangen waren wat korter dan de andere, omdat ze anders de ringmuur van de gevangenis zouden raken. De cellen waren rug aan rug gebouwd. Omdat de cellenbarak een uitbreiding was van de strafgevangenis en de kleine barak uit 1918, waren de cellen van de grote barak genummerd vanaf nummer 301. De cellen waren met 1.90 bij 3.70 meter veel kleiner dan de toen gangbare maat van 2.66 bij 4 meter. Ze waren wel hoog, circa 3,5 meter en ze kregen licht via tralievensters die boven de gang uitstaken. Het raam kon open. In de celdeur zaten een spion en schaftluik, waardoor het eten naar binnen geschoven kon worden. naar boven |